Support

Support

Neem contact op

Waar wilt u mee geholpen worden?

Als u uw product via een tussenpersoon/distributeur heeft gekocht, dient u eerst contact op te nemen met de verkoper bij wie u het product heeft gekocht.

U vindt de veelgestelde vragen en antwoorden in onze FAQ-sectie hieronder. Als u het antwoord op uw vraag niet vindt, aarzel dan niet om contact met ons op te nemen via het formulier verderop op de pagina.

FAQ

Vragen en antwoorden over de Charge Amps Halo

Laden onderbroken

Als het laden wordt onderbroken, zijn de meest voorkomende problemen:

  • Overmatig ander verbruik in de elektrische installatie van het gebouw/de woning
    Als partner kunt u dit zien door de meter te bekijken onder het menu ‘Meter’. Deze toont de verbruiksgrafieken van de laatste 24 uren en 7 dagen.Controleer het tijdstip tijdens het laden waarop de klant het probleem had en kijk welk verbruik er op dat ogenblik was. Controleer of de klant in het algemeen een hoog verbruik heeft en stel voor om de hoofdzekering te verzwaren indien mogelijk.

    Als eindgebruiker kunt u uw partner vragen om de grafieken van uw meter te bekijken om het verbruik in uw gebouw/woning na te gaan.

  • Faserotatie van meter naar laadunit
    Faserotatie komt veel voor, hetzij in de elektrische installatie van het gebouw/de woning, of tijdens de installatie. U kunt het probleem identificeren door de load balancing (belastingsnivellering) te deactiveren, de laadunit te openen en in te stellen op enkelfase. Begin dan met laden op L1. Controleer of de grafiek voor L1 synchroon toeneemt met het laden op de 24 uurs metergrafiek. Herhaal deze procedure voor L2 en L3.Als de grafiek correct toeneemt in vergelijking met de voor het laden geselecteerde fase, is alles correct; Wanneer echter een andere fase toeneemt dan deze waarbij het laden zou moeten gebeuren, dan is er ergens sprake van faserotatie.
    Controleer of de binnenkomende L1, L2 en L3 consistent zijn met de binnenkomende L1, L2 en L3 in de laadunit.
    Controleer ook of de stroomtransformator naar de meter is ingesteld op de correcte fase en dat de aansluitingen in het aansluitblok correct zijn.
  • Verbinding
    Wanneer belastingsnivellering (load balancing) is voorzien op de Charge Amps Halo, maar de verbinding wegvalt, zal het laden worden onderbroken en herstarten in een ‘offline status’. Dit is omdat de laadunit en de load balancing unit niet langer kunnen communiceren.- Controleer de signaalsterkte naar de laadunit en de meter. Deze moet ten minste -80 dBm zijn, waarbij -60 dBm een erg sterk signaal is en -90 dBm een erg zwak signaal.

    – Als de laadunit is verbonden via een extender/repeater moet u controleren of deze een goed signaal heeft op zijn AP (access point).

    – Als de klant gebruik maakt van een mesh WiFi-systeem, kan het zijn dat de producten van Charge Amps moeite hebben met het focussen op de AP met de beste signaalsterkte. De gemakkelijkste oplossing voor dit probleem is het installeren van een extender/repeater met een andere SSID, waarmee alleen de Charge Amps Halo is verbonden. Hierdoor zal dan een vaste verbinding behouden blijven met dezelfde AP.

    – De Charge Amps Halo werkt alleen op 2.4 GHz, wat betekent dat netwerken die uitzenden op zowel 2.4 als 5 GHz op dezelfde SSID een probleem kunnen vormen.

    Ook voor dit probleem is een extender/repeater een oplossing. Installeer deze met een andere SSID dan de rest van het netwerk en stel het toestel in op 2.4 Ghz.
    Alternatief kunt u de 5 Ghz frequentie uit het netwerk verwijderen als u deze niet nodig hebt. 5G haalt hogere snelheden maar heeft een korter bereik. Voor de meeste internetgebruikers volstaan de snelheden van de 2.4 Ghz-frequentie.

  • Laagste stroom te laag
    Alle voertuigen hebben een onderdrempel voor de stroom, dewelke ze nodig hebben om te kunnen laden. Dit verschilt van model tot model. Als de load balancing lager is ingesteld dan de drempelwaarde voor het voertuig, kan het laden niet beginnen.
Het laden start niet

Als het laden niet start zoals dit zou moeten, zijn de meest voorkomende problemen:

  • Overmatig ander verbruik in de elektrische installatie van het gebouw/de woning
    Als partner kunt u dit zien door de meter te bekijken onder het menu ‘Meter’. Deze toont de verbruiksgrafieken van de laatste 24 uren en 7 dagen.Controleer het tijdstip tijdens het laden waarop de klant het probleem had en kijk welk verbruik er op dat ogenblik was. Controleer of de klant in het algemeen een hoog verbruik heeft en stel voor om de hoofdzekering te verzwaren indien mogelijk.

    Als eindgebruiker kunt u uw partner vragen om de grafieken van uw meter te bekijken om het verbruik in uw gebouw/woning na te gaan.

  • Laagste stroom te laag
    Alle voertuigen hebben een onderdrempel voor de stroom, dewelke ze nodig hebben om te kunnen laden. Dit verschilt van model tot model. Als de load balancing lager is ingesteld dan de drempelwaarde voor het voertuig, zal het laden niet beginnen.
  • Planning
    Als het laden niet start volgens de planning kan de reden de volgende zijn:- De laadunit verliest de verbinding en is niet in staat om de planningsinformatie op te halen uit de Charge Amps Cloud.

    – U hebt een Volvo plug in-hybride. Er is een probleem met plug in-hybrides van Volvo, waarbij het laden niet activeert volgens de planning.

    Oudere plug in-hybrides van Volvo die gebaseerd zijn op het Sensus-systeem kunnen een programma toevoegen in de Volvo on call-app.

    Helaas is dit niet compatibel met het op Google gebaseerde hybridesysteem. U kunt dit probleem omzeilen met een iPhone met mha-functie. Automatiseer een shortcut om de Volvo-app op bepaalde tijdstippen ‘s nachts te openen om het voertuig ‘uit slaapstand te halen’.

    – Controleer of de laaduitgang is ingesteld overeenkomstig de planning. Een kloksymbool met rode klok.

  • Faserotatie van meter naar laadunit
    Faserotatie komt veel voor, hetzij in de elektrische installatie van het gebouw/de woning, of tijdens de installatie. U kunt het probleem identificeren door de load balancing (belastingsnivellering) te deactiveren, de laadunit te openen en in te stellen op enkelfase. Begin dan met laden op L1. Controleer of de grafiek voor L1 synchroon toeneemt met het laden op de 24 uurs metergrafiek. Herhaal deze procedure voor L2 en L3.Als de grafiek correct toeneemt in vergelijking met de voor het laden geselecteerde fase, is alles correct; Wanneer echter een andere fase toeneemt dan deze waarbij het laden zou moeten gebeuren, dan is er ergens sprake van faserotatie.
    Controleer of de binnenkomende L1, L2 en L3 consistent zijn met de binnenkomende L1, L2 en L3 in de laadunit.
    Controleer ook of de stroomtransformator naar de meter is ingesteld op de correcte fase en dat de aansluitingen in het aansluitblok correct zijn.
  • Installatie
    Controleer of er nergens draden een knik vertonen.

    • Controleer of de uitgang ‘on’ en niet ‘off’ staat, en dat het programma uit staat wanneer dit niet geactiveerd moet zijn.
    • Controleer of de RIFD-vergrendeling niet aan staat, tenzij dit zo zou moeten zijn.
    • Als RFID geactiveerd moet zijn en de laadunit is voorzien van belastingsnivellering (load balancing), moet u controleren of RFID correct is geconfigureerd in de admin-interface. RFID moet verbonden zijn met een gebruiker en een laadunit.
Beperkt laden

Als het laden niet gebeurt zoals verwacht, kan het volgende de oorzaak zijn:

  • Laadunit offline
    Als uw Charge Amps Halo is voorzien van load balancing en de verbinding werd verbroken, kan het toestel alleen laden met één fase en met een beperkte stroomsterkte.
  • Meter offline
    Als uw meter offline is gegaan, kunt u nog steeds laden met alle fasen, maar wel met beperkingen.
  • Overmatige belasting
    Als de elektrische installatie van het gebouw/de woning een overmatig verbruik heeft en de laadunit is voorzien van load balancing, zal de laadcapaciteit worden beperkt. Als u als eindklant uw verbruik niet kunt bekijken, kunt u uw partner vragen om de betreffende grafieken te bekijken.
  • Incorrecte informatie over voertuigmodel
    Het is niet ongewoon dat een voertuigmodel niet laadt zoals de gebruiker dit verwacht.U vindt de meeste elektrische voertuigen en laaddetails terug op https://ev-database.org/. Als u de benodigde informatie niet kunt terugvinden, neem dan contact op met uw voertuigconstructeur.

    Plug in-hybrides laden meestal op eenfasestroom. Sommige kunnen op 2-fasige stroom laden, maar er zijn geen modellen die 3-fasig laden.

  • Installatiefout
    Het risico bestaat dat de load balancing foutief is geïnstalleerd. Als u onzeker bent over de installatie, biedt Charge Amps een online cursus voor installateurs aan: https://www.chargeamps.com/charge-amps-installer-training/ -daarnaast zijn er verschillende handleidingen beschikbaar die worden verdeeld wanneer de partner-accounts worden aangemaakt. Als deze ontbreken dient u contact op te nemen met de support via [email protected]
Verbinding

Controleer het volgende wanneer de laadunit offline is:

  • WiFi-configuratie
    Als u de melding ‘Offline since’ krijgt met een datum van voor de installatie, is dit de testdatum tijdens de productie. Dit betekent dat het toestel ofwel nooit voor verbinding met WiFi werd geconfigureerd, dan wel dat deze configuratie niet succesvol was.
  • Signaalsterkte
    Als de Charge Amps Halo soms offline gaat, dient u de signaalsterkte naar de laadunit en de meter te controleren. Deze moet minimaal -80 dBm zijn, waarbij -60 dBm een erg goede signaalsterkte is en -90 dBm een erg zwak signaal.
  • Access point
    Als de Charge Amps Halo is verbonden via een extender/repeater moet u controleren of deze een goede signaalsterkte heeft op zijn AP (access point).
  • Mesh WiFi-netwerk
    Als in het gebouw/de woning gebruik wordt gemaakt van een mesh netwerk, kan dit betekenen dat de units die ermee verbonden zijn, moeite hebben om de verbinding te behouden met het punt waar het signaal het best is. Een oplossing hiervoor is het gebruik van een extender/repeater met een andere SSID dan de rest van het netwerk, zodat de producten van Charge Amps de verbinding hiermee behouden.Bij mesh WiFi-netwerken is het belangrijk dat de access points (AP’s) gelijkmatig verdeeld zijn. Een AP dichter bij de laadunit positioneren, met een grotere afstand tot het volgende AP tot gevolg, levert slechtere resultaten op dan het aanhouden van eenzelfde afstand tussen de access points.
Installatie

Als de laadunit niet start met laden, dient u het volgende te controleren:

  • Bekabeling
    Controleer of alle bekabeling correct is gemonteerd.
  • LED-printplaat
    Als de laadunit niet start met laden, kunt u proberen om de printplaat van de LED-lamp onderaan los te koppelen van de hoofdprintplaat. Als deze kapot is, kan deze een storing veroorzaken op de hoofdprintplaat.
Cloud
  • Beperkingen
    Als de laadunit niet is voorzien van load balancing moet deze mogelijk worden gelimiteerd om overbelasting te voorkomen. Dit gebeurt in de gebruikersinterface,ofwel in my.charge.space ofwel in de Charge Amps-app.
Overige
  • Schuko (geaard stopcontact)
    Het geaard stopcontact kan alleen worden gebruikt wanneer niet wordt geladen en zolang het verbruik niet meer dan 10 A bedraagt.Als de laadunit is voorzien van load balancing moet 10 A toegankelijk zijn om het stopcontact te kunnen gebruiken. In de Load Balancing-groep moet ‘Socket activated’ (Stopcontact geactiveerd) zijn geselecteerd om het stopcontact te kunnen gebruiken.
FAQ

Vragen en antwoorden over de Charge Amps Aura

Laden onderbroken

Als het laden wordt onderbroken, zijn de meest voorkomende problemen:

  • Overmatig ander verbruik in de elektrische installatie van het gebouw/de woning
    Als partner kunt u dit zien door de meter te bekijken onder het menu ‘Meter’. Deze toont de verbruiksgrafieken van de laatste 24 uren en 7 dagen.Controleer het tijdstip tijdens het laden waarop de klant het probleem had en kijk welk verbruik er op dat ogenblik was. Controleer of de klant in het algemeen een hoog verbruik heeft en stel voor om de hoofdzekering te verzwaren indien mogelijk.

    Als eindgebruiker kunt u uw partner vragen om de grafieken van uw meter te bekijken om het verbruik in uw gebouw/woning na te gaan.

  • Faserotatie van meter naar laadunit
    Faserotatie komt veel voor, hetzij in de elektrische installatie van het gebouw/de woning zelf, of tijdens de installatie. U kunt het probleem identificeren door de load balancing (belastingsnivellering) te deactiveren, de laadunit te openen en opnieuw in te stellen op enkelfase. Begin dan met laden op L1. Controleer of de grafiek voor L1 synchroon toeneemt met het laden op de 24 uurs metergrafiek. Herhaal deze procedure voor L2 en L3.Als de grafiek correct toeneemt in vergelijking met de voor het laden geselecteerde fase, is alles correct. Wanneer echter een andere fase toeneemt dan deze waarbij het laden zou moeten gebeuren, dan is er ergens sprake van faserotatie.
    Controleer of de binnenkomende L1, L2 en L3 consistent zijn met de binnenkomende L1, L2 en L3 in de laadunit.
    Controleer ook of de stroomtransformator naar de meter is ingesteld op de correcte fase en dat de aansluitingen in het aansluitblok correct zijn.
  • Verbinding
    Wanneer belastingsnivellering (load balancing) is voorzien op de laadunit, maar de verbinding wegvalt, zal het laden worden onderbroken en herstarten in een ‘offline status’. Dit is omdat de laadunit en de load balancing unit niet langer kunnen communiceren.- Controleer de signaalsterkte naar de laadunit en de meter. Deze moet ten minste -80 dBm zijn, waarbij -60 dBm een erg sterk signaal is en -90 dBm een erg zwak signaal.

    – Als de laadunit is verbonden via een extender/repeater moet u controleren of deze een goed signaal heeft op zijn AP (access point).

    – Als de klant gebruik maakt van een mesh WiFi-systeem, kan het zijn dat de units moeite hebben met het focussen op de AP met de beste signaalsterkte. De gemakkelijkste oplossing voor dit probleem is het installeren van een extender/repeater met een andere SSID, waarmee alleen de laadunit is verbonden. De laadunit behoudt dan de verbinding met hetzelfde AP.

    – De Charge Amps Aura werkt alleen met 2.4 GHz. Netwerken die uitzenden op zowel 2.4 als 5 GHz op dezelfde SSID kunnen daarom een probleem vormen. Het toestel kan verbinding maken met beide kanalen, maar alleen internet ontvangen op het 2.4 Ghz-netwerk.

    Ook voor dit probleem is een extender/repeater een oplossing. Installeer een extender/repeater met een andere SSID dan de rest van het netwerk en stel deze alleen in op 2.4 Ghz. Alternatief kunt u de 5 Ghz frequentie uit het netwerk verwijderen als u deze niet nodig hebt. 5G haalt hogere snelheden maar heeft een korter bereik. Voor de meeste internetgebruikers volstaan de snelheden van de 2.4 GHz-frequentie.

  • Laagste stroom te laag
    Alle voertuigen hebben een onderdrempel voor de stroom, dewelke ze nodig hebben om te kunnen laden. Dit verschilt van model tot model. Als de load balancing lager is ingesteld dan de drempelwaarde voor het voertuig, wordt het laden onderbroken wanneer het voertuig te weinig stroom krijgt.
Het laden start niet

Als het laden niet start zoals dit zou moeten, zijn de meest voorkomende problemen:

  • Overmatig ander verbruik in de elektrische installatie van het gebouw/de woning
    Als partner kunt u dit zien door de meter te bekijken onder het menu ‘Meter’. Deze toont de verbruiksgrafieken van de laatste 24 uren en 7 dagen.Controleer het tijdstip tijdens het laden waarop de klant het probleem had en kijk welk verbruik er op dat ogenblik was. Controleer of de klant in het algemeen een hoog verbruik heeft en stel voor om de hoofdzekering te verzwaren indien mogelijk.

    Als eindgebruiker kunt u uw partner vragen om de grafieken van uw meter te bekijken om het verbruik in uw gebouw/woning na te gaan.

  • Laagste stroom te laag
    Alle voertuigen hebben een onderdrempel voor de stroom, dewelke ze nodig hebben om te kunnen laden. Dit verschilt van model tot model. Als de load balancing lager is ingesteld dan de drempelwaarde voor het voertuig, kan het laden niet beginnen.
  • Laadkabel
    Een rood licht op de laaduitgang betekent dat de laadkabel mogelijk niet volledig in de laaduitgang zit, waardoor deze niet kon worden vergrendeld. Dit kan te wijten zijn aan verschillende factoren – een slecht ontworpen kabel, solenoïden (vergrendelingsmechanisme) die buiten positie vastzitten, het niet voldoende diep in de aansluiting duwen van de connector.Om de kans te vergroten dat de kabel toch vergrendelt in de Charge Amps Aura:

    – Sluit de laadkabel eerst aan op het voertuig.
    – Ontgrendel de Charge Amps Aura met RFID of met de Charge Amps-app, indien gebruikt.
    – Sluit de kabel aan op de Charge Amps Aura, duw deze hierbij stevig en lichtjes naar boven toe in het contact.

  • Zekeringen en zekeringsautomaten
    Een rood licht op de laaduitgang kan ook betekenen dat de interne zekering stuk is/is afgesprongen.
  • Pilot-kabel
    Als het laden niet begint en er geen laadsessie zichtbaar is in de Charge Amps-cloud, kan het zijn dat de pilot-kabel los is gekomen. De pilot-kabel is een rood/zwarte draad met een witte aansluiting die de laaduitgangen verbindt met de bovenzijde van elke printplaat.
  • Planning
    Als het laden niet start volgens de planning kan de reden de volgende zijn:- De laadunit verliest de verbinding en is niet in staat om de planningsinformatie op te halen uit de Charge Amps Cloud.
  • U hebt een Volvo plug in-hybride. Er is een probleem met plug in-hybrides van Volvo, waarbij het laden niet activeert volgens de planning.Oudere plug in-hybrides van Volvo die gebaseerd zijn op het Sensus-systeem kunnen een programma toevoegen in de Volvo on call-app.

    Helaas is dit niet compatibel met het op Google gebaseerde hybridesysteem. U kunt dit probleem omzeilen met een iPhone met mha-functie. Automatiseer een shortcut om de Volvo-app op bepaalde tijdstippen ‘s nachts te openen om het voertuig ‘uit slaapstand te halen’.

    – Controleer of de laaduitgang overeenkomstig is ingesteld. Een kloksymbool met rode klok.

  • Faserotatie van meter naar laadunit
    Faserotatie komt veel voor, hetzij in de elektrische installatie van het gebouw/de woning, of tijdens de installatie. Identificeer het probleem door de load balancing (belastingsnivellering) te activeren en vervolgens in de laadunit enkelfase te selecteren. Begin dan met laden op L1. Controleer of de grafiek voor L1 synchroon toeneemt met het laden op de 24 uurs metergrafiek. Herhaal deze procedure voor L2 en L3.Als de grafiek correct toeneemt in vergelijking met de voor het laden geselecteerde fase, is alles correct. Wanneer echter een andere fase toeneemt dan zou moeten voor het geselecteerde laadproces, is er ergens sprake van faserotatie. Controleer of de binnenkomende L1, L2 en L3 consistent zijn met de binnenkomende L1, L2 en L3 in de laadunit. Controleer ook of de stroomtransformator naar de meter is ingesteld op de correcte fase en dat de aansluitingen in het aansluitblok correct zijn.
  • Installatie
    Controleer of er nergens draden een knik vertonen.

    • Controleer of de uitgang ‘on’ en niet ‘off’ staat, en dat het programma uit staat wanneer dit niet geactiveerd moet zijn.
    • Controleer of de RIFD-vergrendeling uit staat, tenzij deze daadwerkelijk aan moet staan.
    • Als RFID geactiveerd moet zijn en de laadunit is voorzien van belastingsnivellering (load balancing), moet u controleren of RFID correct is geconfigureerd in de admin-interface. RFID moet verbonden zijn met een gebruiker en een laadunit.
Beperkt laden

Als het laden niet gebeurt zoals verwacht, kan het volgende de oorzaak zijn:

  • Laadunit offline
    Als uw Charge Amps Aura is voorzien van load balancing en de verbinding werd verbroken, kan het toestel alleen laden met één fase en met een beperkte stroomsterkte.
  • Meter offline
    Als uw meter offline is gegaan, kunt u nog steeds laden met alle fasen, maar wel met beperkingen.
  • Overmatige belasting
    Als de elektrische installatie van het gebouw/de woning een overmatig verbruik heeft en de laadunit is voorzien van load balancing, zal de laadcapaciteit worden beperkt. Als u als eindklant uw verbruik niet kunt bekijken, kunt u uw partner vragen om de betreffende grafieken te bekijken.
  • Incorrecte informatie over voertuigmodel
    Het is niet ongewoon dat een voertuigmodel niet laadt zoals de gebruiker dit verwacht.U vindt de meeste elektrische voertuigen en laaddetails terug op https://ev-database.org/. Als u de benodigde informatie niet kunt terugvinden, neem dan contact op met uw voertuigconstructeur.

    Plug in-hybrides laden meestal op eenfasestroom, sommige modellen kunnen op 2-fasige stroom laden, maar er zijn geen modellen die 3-fasig laden.

  • Installatiefout
    Het risico bestaat dat de load balancing foutief is geïnstalleerd. Als u onzeker bent over de installatie, biedt Charge Amps een online cursus voor installateurs aan: https://www.chargeamps.com/charge-amps-installer-training/ -daarnaast zijn er verschillende handleidingen beschikbaar die worden verdeeld wanneer de partner-accounts worden aangemaakt. Als deze ontbreken dient u contact op te nemen met de support via [email protected]
Verbinding

Controleer het volgende wanneer de laadunit offline is:

  • WiFi-configuratie
    Als u de melding ‘Offline since’ krijgt met een datum van voor de installatie, is dit de testdatum tijdens de productie. Dit betekent dat het toestel ofwel nooit voor verbinding met WiFi werd geconfigureerd, dan wel dat deze configuratie niet succesvol was.
  • Signaalsterkte
    Als de laadunit soms offline gaat, dient u de signaalsterkte naar de laadunit en de meter te controleren. Deze moet minimaal -80 dBm zijn, waarbij -60 dBm een erg goede signaalsterkte is en -90 dBm een erg zwak signaal.
  • Access point
    Als de meter is verbonden via een extender/repeater moet u controleren of deze een goede signaalsterkte heeft op zijn AP (access point).
  • Mesh WiFi-netwerk
    Als in het gebouw/de woning gebruik wordt gemaakt van een mesh netwerk, kan dit betekenen dat de units die ermee verbonden zijn, moeite hebben om de verbinding te behouden met het punt waar het signaal het best is. Een oplossing hiervoor is het gebruik van een extender/repeater met een andere SSID dan de rest van het netwerk, zodat het product de verbinding hiermee behoudt.Bij mesh WiFi-netwerken is het belangrijk dat de access points (AP’s) gelijkmatig verdeeld zijn. Een AP dichter bij de laadunit positioneren, met een grotere afstand tot het volgende AP tot gevolg, levert slechtere resultaten op dan het aanhouden van eenzelfde afstand tussen de access points.
  • LTE
    Als de Charge Amps Aura een LTE-versie is, moet deze worden uitgerust met een SIM-kaart. Controleer of de SIM-kaart werd geactiveerd en of deze geen PIN-code vereist. Controleer of de modem een ontvangstsignaal aangeeft, evenals ‘3G’ of ‘4G’.
    Als daarna nog steeds geen verbinding mogelijk is, test dan met een mobiele telefoon om te controleren of de SIM-kaart correct werkt.
  • LAN
    Als u de Charge Amps Aura via een LAN-kabel verbindt, kan dit ‘plug and play’. Als de laadunit niet vanzelf online gaat, is het mogelijk dat het netwerk moet worden aangepast.
Installatie

Als de laadunit niet start met laden, dient u het volgende te controleren:

  • Bekabeling
    Controleer of alle bekabeling correct is gemonteerd. Controleer aan weerszijden of de platte kabels niet zijn losgekomen.Als het laden niet begint en er geen laadsessie zichtbaar is in de Charge Amps-cloud, kan het zijn dat de pilot-kabel los is gekomen. De pilot-kabel is een rood/zwarte draad met een witte aansluiting die de laaduitgangen verbindt met de bovenzijde van elke printplaat.
Cloud
  • Beperkingen
    De Charge Amps Aura kan af fabriek 2 x 32 A aan, wat betekent dat u de maximale stroom naar de laadunit mogelijk moet beperken als de laadunit niet is voorzien van load balancing. Dit vereist het aanmaken van een organisatie voor de klant en het toevoegen van de laadunit aan de organisatie, waarna u de vermogensinstellingen in de laadunit moet bekijken en ‘Feed current’ (Toevoerstroom) moet afstemmen op het amperage tot hetwelk de laadunit is beveiligd.
Overige
  • Slot
    Als het slot gewoon doordraait en de afdekkap niet kan worden geopend, moet u mogelijk wat drukken op het front van de Charge Amps Aura, net boven het slot, terwijl u de sleutel omdraait.
Garantie

Garantie Charge Amps

Bij de ontwikkeling van onze producten staan intelligente software en techniek centraal. Daarom mag u verwachten dat de producten van Charge Amps lang meegaan. Wij zijn zo overtuigd van de duurzaamheid van onze producten dat wij 3 jaar garantie bieden op al onze producten. Ook bestaat de mogelijkheid de garantietermijn voor de producten van Charge Amps met twee jaar te verlengen tot in totaal vijf jaar garantie, wat voor u een veiligere investering betekent. Dit geldt voor nieuwe klanten en voor al geïnstalleerde producten, zolang de garantietermijn nog niet is verstreken.

Lees meer over ons garantiebeleid.

Charging station Charge Amps Aura
Charge Amps Academy

Word een gecertificeerde Charge Amps-installateur door een opleiding van Charge Amps te volgen

Lees hier meer en schrijf u vandaag nog in.

Woman holds a charging station from Charge Amps, Charge Amps Halo
Wij geloven in de juiste ondersteuning

Hulp van de supporttechnici van Charge Amps

U krijgt hulp van een van de supporttechnici van Charge Amps. U krijgt professionele hulp toegewezen voor uw probleem, evenals een supportnummer.

Als uw apparaat niet naar verwachting werkt, retourneer het dan met vermelding van uw supportnummer naar uw erkende RMA-dealer of naar uw plaatselijke dealer – volgens de instructies in uw supportaanvraag.

Uw door Charge Amps goedgekeurde RMA-partner zal het apparaat repareren of vervangen en naar u terugsturen. Uw plaatselijke tussenpersoon kan tevens het defecte apparaat naar zijn distributeur sturen, die het apparaat voor reparatie of vervanging naar Charge Amps zal sturen. U krijgt een volledig functionerend apparaat terug.

Lees meer over Charge Amps ondersteuning en RMA-procedure.

Kunt u het antwoord op uw vraag niet vinden?

Neem contact met ons op via het formulier